|
EEN HUIS DAT LIEFDE HEET
Mijn surrealistisch huis is gebouwd op
water. Het rust op vier stevige palen die meters in de diepte
geheid zijn. Boomstammen, verzorgd met een scherpe punt, werden
in de modderachtige grond geslagen waaruit ik geworden ben en
waarin ik besta. De palen, de vloer, de muren, het dak, zijn
metaforen voor de meest belangrijke mensen die hebben toegelaten
dat dit huis een waar tehuis is geworden voor alles wat ademt en
leeft
Paal 1: mijn vader die mij het meest
noodwendige bijgebracht heeft om een goede mens te worden of te
zijn. Intelligent, humaan, eerlijk, doortastend, trouw aan zijn
gegeven woord, altruistisch, vrolijke natuur, weemoedig bij
tijden. Veel van deze hoedanigheden heb ik van hem geërfd, ook
alle tragedies die hem beschoren waren.
Paal II: mijn dokter met wie ik sinds
jaren in symbiose leef precies omdat we zo verschillend zijn, en
toch weet hebben van elkanders intieme en duurzame nabijheid.
Hij die niet alleen mijn leven verlengd heeft met vele kostbare
jaren, maar die ervoor zorgt dat ik creatief blijf en wel omdat
hij mijn poëtische ziel blijft voeden.
Paal III: mijn mentor met wie ik
gedurende achttien vruchtbare jaren veel filosofische gesprekken
gevoerd heb. We hielden er elk een andere levensbeschouwing op
na en toetsten ze aan elkaar. Allebei hebben we daarvan heel wat
opgestoken. Het mag zo gesteld worden dat we er allebei
innerlijk veel rijker zijn door geworden.
Paal IV: mijn trouwste vriend sinds mijn
kinderjaren. Ik vroeg hem spontaan: waarom verschijnt de
literaire pagina in VM niet meer? Zal ik ze verder zetten?
Waarop zijn even spontane antwoord: zou je dat willen doen voor
mij, Iris? Nooit werd me groter eer bewezen. Iemand die in je
kunnen gelooft nog vooraleer je iets bewezen hebt.
De vloer: op de palen kwam een vloer,
een machtig grote. Daarvoor moest ik de hulp inroepen van mijn
sterke, struise Babylon vriend. Niet alleen zijn we allebei
dichters maar ook zijn we al jaren aan het kibbelen over wat het
woord mystiek inhoudt dat ik van hem opgeplakt kreeg. Een
verhaal van de dageraad en van de regenboog!
De muren: alle mensen die ik liefheb
toverden uit hun hart een warme, rode baksteen. Het waren er
veel. Zo ontstonden de buiten- en binnenwanden. Het werd een
woning waarin het goed verblijven is. Iedereen heeft er een
eigen plek. Niet alleen mensen vonden er hun weg, ook andere
diersoorten en alle soorten planten, en veel mineralen.
Het dak: om beschutting te bieden aan al
die aangereisde gezellen werd een stevig dak gelegd op de wijze
waarop de hornero vogel zijn nest bouwt. Kleibrokje na
kleibrokje nat gemaakt, vermengd met strootjes, takjes en
kiezelsteentjes. Daarin hielpen mij de vogels. Tweevoeters met
vleugels die uit mijn leven verdwenen zodra ze dachten het werk
te hebben voltooid, of naar nieuwe vrijheid verlangden. Sommige
treur ik na, vooral degene die hopeloos en voorgoed uit mijn
gezichtsveld verdwenen zijn.
De paalwoning staat stevig geheid in de
bodem. Zich in het water spiegelend ziet ze een huis dat liefde
heet. Ooit zal het een ruïne zijn waarin alles en iedereen een
plek zal blijven hebben, ook de doden en hun voortbrengselen.
Iris Van de Casteele, 18 februari 2010
|