Hier vindt u informatie over (het leven en) het werk
van bekende en minder bekende kunstenaar. U kunt een indruk krijgen van
hun werk en er wordt soms verwezen naar plekken waar u het werk van de
kunstenaar
kunt gaan bekijken.
Schilders, beeldhouwers, architecten en fotografen vindt u elders op
deze site.
U heeft hier
(ook) de mogelijkheid uw eigen kunst te laten zien, of het werk
van een kunstenaar die u bewondert. U kunt uw eigen keuze maken,
een inleiding schrijven en foto's meezenden. De
mogelijkheden zijn talrijk, en alle bijdragen worden zorgvuldig
behandeld.
Stuur uw bijdrage op naar:
cedars@live.nl
o.v.v. 'kunstenaars'.
Antistrot is in 1997 opgericht door zes studenten van de Willem de
Kooning Academie (WdKA), Rotterdam. Uit onvrede met het “straffe
grafische stramien” op de afdeling Illustratie van de academie, besloten
ze hun creatieve krachten te bundelen. In de loop van tien jaar is
Antistrot veranderd van een rebelse groep in een gerenommeerd
collectief. Werk van Antistrot is te zien en te horen op alternatieve
festivals, maar ook in musea als het GEM in Den Haag en diverse Europese
kunstenaarsinitiatieven. Op dit moment bestaat Antistrot uit David
Elshout, Charlie Dronkers, Bruno Ferro Xavier Da Silva, Marco Kruyt,
Michiel Walrave, Paul Borchers, Silas Schletterer, Johan Kleinjan en
Iddo Drevijn.
Reactie als doel
In de
beginperiode produceert Antistrot op eigen initiatief tijdschriften met
tekeningen om deze op straat te verspreiden. Al snel betrekt het
kunstenaarscollectief andere disciplines er bij. Inmiddels heeft
Antistrot een enorme hoeveelheid tekeningen, muurschilderingen,
installaties, performances en muziekoptreden gerealiseerd.
Serieuze actuele thema’s als geweld en minder serieuze thema’s als
zwartrijden, impotentie, advertenties tegen puistjes of haaruitval
combineert Antistrot met tekeningen en voorzien van commentaar. Rode
draad in het werk is het reageren op de beeldtaal van de huidige
samenleving en het directe contact met de toeschouwers en luisteraars.
Beeldtaal
Antistrot vergroot bestaande beelden sterk uit of relativeert en
ridiculiseert ze juist in persiflages en fantasiebeelden. Door
betekenissen uit hun verband te trekken en te combineren met een andere
inhoud, zet Antistrot de kijker voortdurend op een verkeerd been. Humor
en satire zijn onmisbare ingrediënten bij de tekeningen, maar zeker ook
bij de performances en muziekoptreden. Daarnaast schuwen ze
clichébeelden en onderbroekenlol niet. “We proberen op een welhaast
situationistische ‘happening’ het publiek mee te nemen binnen onze
gedachtesprong en hen een ervaring mee te geven die een stap verder gaat
dan het vertellen van een verhaal”, aldus Charlie Dronkers. Net zoals de
Situationisten in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw,
relativeert Antistrot met ontregelende, satirische beelden “de
lulligheid van het leven zelf”.
Jan
Jansen werd in 1941 geboren in Nijmegen. Zijn vader was daar
verkoopleider bij een schoenenfabriek. Deze bracht regelmatig schoenen
mee naar huis en het hele gezin kon ze dan bekijken en commentaar
leveren. Jan Jansen hield zich dan ook al jong bezig met schoenen. Hij
was echter niet erg gecharmeerd van de degelijke en weinig modieuze
schoenen, die hij onder zijn neus kreeg.
Wat kon hij anders doen dan zelf schoenontwerper worden?
Fong Leng 2, 1974
I n 1959 ontwerpt hij de eerste vrouwenlaarzen voor Tonny Polman.
Aanvankelijk kan hij zijn ei kwijt in Nederland, maar al snel is hij
hier uitgeleerd. Hij realiseert zich, dat hij voor wat hij wil, naar
Italië, het mekka van de creatieve schoenindustrie moet. In 1962 slaagt
hij erin een stageplaats te bemachtigen bij het beroemde schoenatelier
Follie in Rome.
In Italië vindt Jan Jansen wat hij zoekt. Het leven is er eleganter dan
in het stijve Nederland en in de ateliers waar hij werkt, zijn sterren
als Sophia Loren en Gina Lollobrigida klant. Het vak van schoenen maken
is er heel anders dan in Nederland. Alles wordt er met de hand gedaan en
het maken van schoenen duurt dan ook een paar dagen.
Jan wil alles leren. Hij leert hier het handmatig schoenen maken tot in
de kleinste finesses. Niet alleen schetsen, maar ook patronen, leesten,
hakken. Alles.
Die kennis zou bepalend worden voor zijn stijl en manier van ontwerpen.
Terug in Nederland begint hij in 1963 in een piepklein kamertje zijn
eigen bedrijfje.
Onder de naam ‘Jeannot’ begint hij met het ontwerpen en zelf
vervaardigen van vrouwenschoenen. (Jeannot: een samenstelling
van Jean, Jan, en –not, het omgekeerde van Ton, de naam van zijn
vriendin).
Fotograaf Paul Huf vestigt de aandacht op Jansen’s ontwerpen. Jan Jansen
is precies op tijd in Amsterdam gekomen. Door de naoorlogse babyboom
verblijft er begin jaren zestig een grote groep jongeren in de stad. Een
groep, die zich graag wil laten zien. Dankzij de stijgende welvaart is
er ook geld te besteden, aan bijvoorbeeld opvallende kleding en muziek.
boven: Lace me in, tight please (?), 2006
onder: What is this?, 1991
Tijdens een van de modeshows presenteert Jan Jansen zijn
schoenen. Het gevolg is dat hij kan ontwerpen voor grote modehuizen als
Dior en Dick Holthaus. Nationale beroemdheden als Fong Leng, Willeke van
Ammelrooy en Frank Govers gaan zijn schoenen dragen en verspreiden
daarmee zijn naam.
Eind jaren zestig begint hij met eigen halfjaarlijkse collecties en
opent zijn eerste boetiek in Amsterdam. Zijn faam neemt toe, hij doet
mee aan buitenlandse tentoonstellingen en breekt in 1973 door met de
Bamboeschoen. In 1974 heeft hij solotentoonstellingen in het
Centraal Museum in Utrecht en in het Stedelijk Museum in Amsterdam.
Een belangrijk punt in zijn leven, zo vertelde hij tijdens de opening
van de tentoonstelling in Nijmegen van 2009, is in 1983, het moment
waarop hij verhuist naar het huidige (2009) pand op Rokin 42 te
Amsterdam. De inrichting wordt namelijk gedaan door Swip Stolk, een
andere ontwerper, die vanaf dat moment zijn vriend wordt. Swip Stolk
heeft maar een half woord nodig (of alleen een blik) om Jan Jansen zijn
ideeën te begrijpen of uit te voeren. De inrichting van bovengenoemd
pand verschijnt op de cover van een Japanse publicatie ‘European Shop
Designs’.
Swip Stolk
Jan Jansen wint een aantal prijzen en ontwerpt in 1990 ‘Linea
Erotica’.
Jan Jansen brengt al vanaf 1964 schoenen op de markt onder zijn eigen
naam. Liefhebbers, kenners zien het meteen als iemand een paar schoenen
van Jan Jansen draagt.
Jan Jansen gaat nog gewoon door met het ontwerpen van nieuwe collecties,
die hij verkoopt in o.a. zijn eigen winkels in Amsterdam en Nijmegen.
Hij heeft zijn werkterrein zelfs uitgebreid met een aantal
meubelontwerpen…
Bruno
Peinado (1970) woont in Douarnenez, Frankrijk, en heeft snel naam
gemaakt in het internationale kunstcircuit. Hij had
solotentoonstellingen in ondermeer het Centre Georges Pompidou, Parijs
(2008), Migros Museum, Zürich (2005) en Palais de Tokyo, Parijs (2004)
en deed mee aan groepstentoonstellingen zoals de Biennale van Lyon
(2005), de Biennale van Sao Paulo (2004), Istanbul Biennale (2003), PS1,
New York (2002) en Tramway, Glasgow (2000). De kunstenaar wordt
vertegenwoordigd door Galerie Loevenbruck (Parijs), Galleria Continua
(San Gimignano), Mitterrand+Sanz (Zürich), ADN Galéria (Barcelona) en
Parker’s Box (New York).
Purple Brain
Peinado’s tentoonstelling Purple Brain (zomer 2009) in 21Rozendaal is zijn
Nederlandse primeur. In deze tentoonstelling zijn kunstwerken van 1993
tot nu bij elkaar gebracht in één grote collage. De werken staan
grotendeels op twee hersenhelften die in paarse folie zijn uitgevoerd.
Bruno Peinado heeft een scherp oog voor de omringende wereld. Hij proeft
de tijdgeest en slurpt alles in zich op. In zijn werk legt hij
verbindingen tussen zaken die niet altijd met elkaar te maken hebben,
waardoor nieuwe inzichten kunnen ontstaan. Hij vergeleek zijn
kunstwerken eens met lege tacoschelpen waar allerlei ingrediënten aan
toegevoegd worden. Zo voegde hij in één zo’n ‘schelp’ onder andere het
computerspelletje Tetris, de recente hernieuwde aandacht voor
minimalisme, de erotiserende werking van hoogglanzende carrosserie en de
toegenomen interesse in vandalisme samen. Maar de kunstwerken zijn geen
puzzels die opgelost moeten worden. Het is veel belangrijker dat de
sfeer aangevoeld wordt van waaruit ze gemaakt zijn en van waaruit de
kijker zelf gedachten, associaties en invallen kan krijgen. De titel
Purple Brain is een verwijzing naar die ‘state of mind’.
De
spiegel duikt qua vorm en idee regelmatig op in het werk van Bruno
Peinado. Sommige sculpturen hebben een spiegelend oppervlak en teksten
worden vaak in spiegelbeeld weergegeven. Bruno Peinado ziet een
kunstenaar als iemand die de werkelijkheid vanaf een andere kant
bekijkt. De kunstwerken zijn objecten van reflectie in de dubbele
betekenis van het woord. In de ondertitel van deze tentoonstelling wordt
ook naar de spiegel verwezen.
Bruno
Peinado is geboeid door het gegeven dat de wereld ooit één
aaneengesloten geheel was, de Pangea, en daarna in steeds kleinere
delen, continenten, archipels en eilanden afbrokkelde waarop eigen
culturen en identiteiten ontstonden. Denkers als Édouard Glissant (
http://wapedia.mobi/en/Edouard_Glissant
, Engels!)
introduceerden de cultureel-antropologische term ‘creolisering’. Wat
aangeeft dat culturen zich los van geografische grenzen vermengen en dat
deze vermenging oneindig doorgaat zonder begin- of eindpunt. De
oneindige combinatie van het bestaande heeft Bruno Peinado verheven tot
zijn werkwijze.
De
kameleontische Bruno Peinado put eindeloos uit diverse (sub)culturen en
stijlen zoals gothic, disco, trash punk, sciencefiction, graffiti,
minimalisme, design, high fashion, skate- en surfcultuur en tropicalisme.
Hij verwerpt de begrippen ‘nieuw’, ‘originaliteit’ en ‘puurheid’ en
biedt er een overdadig geglobaliseerd eclecticisme voor in de plaats.
Iconen, logo’s, (politieke) symbolen, merken, slogans en oneliners mixt
hij behendig tot nieuwe beelden door kleur, materiaal, vorm en
betekenisverwisseling. Feilloos pikt hij de beelden uit het dagelijks
leven die symbool staan voor de huidige tijd en samenleving. Hij eigent
ze zich toe, fileert en analyseert, keert ze binnenstebuiten, vermengt en
kruist ze en slingert ze vervormd en met een dosis humor terug in de
maatschappij. Hij biedt daarmee een alternatief voor beelden die naar
zijn mening voor en door een select gezelschap in het centrum (het
‘westen’) worden gemaakt en over de hele wereld, de ‘periferie’ incluis,
worden verspreid. De beelden van Bruno Peinado staan aan het einde van
een keten. Aan de ontwikkeling, massaproductie en verspreiding van
beelden voegt Bruno Peinado een stap toe, de verwerking van deze
beelden.
Alsof
dit nog niet genoeg is, zien we in zijn werk ook elementen die doen
denken aan ontdekkingsreizen, en het daarmee gepaard gaande kolonialisme
en de slavenhandel.
De
energieke Bruno Peinado heeft al een immens oeuvre opgebouwd. Zijn werk
waaiert uit van tekeningen, de bron van waaruit zijn werk ontstaat, naar
installaties, sculpturen, ready-mades, tapijten, neons,
muurschilderingen en posters.