Tussen 1547 en 1917 werd Rusland geregeerd door tsaren.
Voor 1547 noemden de heersers van Moskovië (het Rusland van vóór de
hervormingen van Peter de Grote) zich ‘grootvorst’. De eerste die de
titel ‘tsaar’ gebruikte, was Ivan IV, beter bekend als Ivan de
Verschrikkelijke.
In 1613 kwam de tsarentitel in handen van Michael Romanov. Dit was het
begin van de Romanov dynastie. De Romanovs zouden aan de macht blijven
tot de Russische Revolutie van 1917.
Peter en de wolf
is een muzikaal sprookje van
Sergej Prokofjev
voor spreekstem en orkest. Het stuk ging in 1936 in
Moskou in première en is wereldwijd zeer succesvol
geworden. Prokofjev
schreef het stuk in opdracht van een jeugdtheater in
Moskou. De muziek moest simpel en verstaanbaar zijn, en
dus aantrekkelijk voor kinderen, maar ook voor
communistische idealisten
Er
was eens een jongetje dat Peter heette. Op een vroege morgen opende hij
het tuinhek en liep de grote, groene wei in. Op de tak van een hoge boom
zat Peters beste vriendje, een vogeltje, en het tsjilpte: "Het is hier
heerlijk rustig." En dat was het.
Maar daar kwam ook een dikke eend aangewaggeld. Ze was blij dat Peter
het hek had opengelaten, want ze had zin in een duik in de vijver.
Toen het vogeltje de eend zag, vloog het naar beneden en ging naast haar
in het gras zitten.
"Wat ben jij nou voor vogel dat je niet kunt vliegen?" vroeg het
vogeltje.
"Kwaak!" riep de eend. "En wat ben jij voor vogel dat je niet kunt
zwemmen?" En ze plonsde de vijver in.
Ze kibbelden en kibbelden en hielden niet op; de eend in de vijver en
het vogeltje fladderend langs de waterkant.
Opeens zag Peter een kat, die langzaam kwam aansluipen door het gras. De
kat dacht: Als het vogeltje zo aan het kibbelen is, kan ik 't makkelijk
vangen en opeten! En op zijn zachte pootjes sloop hij eropaf. Maar Peter
riep: "Kijk uit!" En gelukkig vloog het vogeltje op tijd de boom in.
Vanuit het midden van de vijver kwaakte de eend brutaal naar de kat.
Daar was ze veilig. De kat keek nog eens naar het vogeltje in de boom en
dacht: Is het wel de moeite waard om naar boven te klimmen? Als ik bij
het vogeltje ben, dan is het al gevlogen. Miauw!
Toen kwam opa naar buiten. Hij was heel boos, omdat Peter zomaar was
weggelopen. "Stel je nou eens voor dat er een grote boze wolf was
gekomen, wat had je dan gedaan?"
Peter luisterde niet eens naar zijn opa, want hij was helemaal niet bang
voor wolven. Maar opa dacht er anders over. Hij nam Peter mee naar huis
en deed het hek heel goed op slot.
Maar... het hek was nog niet dicht of uit de bosjes kwam iets
aangeslopen. Het was een grote, enge dikke, boze wolf...
Die heb ik
niet nodig,
Ik heb er genoeg binnen eigen bereik.
Maar wat maakt zijn mond dan zo zoet en zo rozig
Dat ik er met zoveel verrukking naar kijk?
Hij spreekt maar m’n schande en maakt me maar zwart!
Maar hoor – in zijn stem wordt een steunen gesmoord.
Nee, nooit overtuigt hij me dat nu zijn hart
In blinde verliefdheid een ander behoort.
En nooit zal ik aannemen dat je, wanneer
De liefde een hemels geheim is geweest,
Weer lacht en weer huilt met de angst van weleer,
En dat je mijn vurige kussen verwenst.
Anna
Achmatova
Vertaling Hans Boland, uit: Requiem