|
Culturele Evenementen
Kunstenaars
Architectuur
Boeken
Design
Films
Fotografie
Letters
Schilderijen
Bomen
Religie
Thema's
China
Japan
Rusland
|
Hier vindt u informatie over het leven en het werk
van bekende en minder bekende schilders. U kunt een indruk krijgen van
hun werk en er wordt verwezen naar musea waar u het werk van de schilder
kunt gaan bekijken.
JOHN WILLIAM WATERHOUSE
De
beroemde Britse kunstenaar John William Waterhouse (1849-1917) werd in
Rome geboren. Hij was het eerste kind van de schilder William
Waterhouse. Toen hij vijf jaar was, verhuisde het gezin naar Londen.
Nadat de moeder overleden en de vader hertrouwd was, ging Nino, zoals
Waterhouse werd genoemd, op school in Leeds. Hij was dol op Romeinse
geschiedenis, maar wilde ook wel ingenieur worden. Weer terug in Londen
assisteerde hij in het atelier van zijn vader. Hier ontwikkelde de jonge
Waterhouse zijn belangstelling voor schilderen, beeldhouwen en de
klassieke oudheid. In 1870 werd hij toegelaten tot de Royal Academy
Schools. Hoewel hij oorspronkelijk begon als leerling-beeldhouwer,
maakte hij naam met opzienbarend oorspronkelijke en vaak melancholische
schilderijen die aan de Griekse en Romeinse Oudheid waren ontleend. Een
voorbeeld hiervan is Undine, een doek waarop de waternimf
kwijnend bij een fontein staat.

De onwelkome metgezel: een straattafereel in Caďro,
1873
Miranda, 1875
Waterhouse als schilder, 1870-1890
In de jaren 1870, toen Waterhouse in Londen begon te exposeren,
schilderde hij taferelen uit het dagelijks leven in de oudheid.
In de jaren zeventig en tachtig maakte hij namelijk verschillende reizen
naar Italië. Hij raakte onder de indruk van Pompeď en maakte naar
aanleiding daarvan genrestukken, o.a. over het leven in de oudheid.
Nauwgezet bestudeerde hij de archeologische opgravingen in het oude
Pompeď en Herculaneum, om in zijn schilderijen versieringen en
voorwerpen hieruit te kunnen opnemen.
In de jaren 1880 schilderde hij een reeks doeken met onderwerpen uit de
klassieke geschiedenis. Personen als de vroegchristelijke Heilige
Eulalia en de joodse koningin Mariamne speelden hierbij een rol.

Cleopatra, 1888
In 1874 was De Slaap en zijn halfbroer de Dood het eerste werk
van Waterhouse dat werd geaccepteerd voor de Zomertentoonstelling van de
Academy, waar hij tot aan zijn dood regelmatig bleef exposeren. In de
werken die Waterhouse in deze tijd maakte, zien we duidelijk invloed van
Lawrence Alma Tadema en Frederick Leighton. Deze doeken werden
geëxposeerd bij de Royal Academy, de Society of British Artists en de
Duddley Gallery.
Sinds 1869 werden er Zomertentoonstellingen van de Royal Academy
gehouden. Van april tot augustus bezochten soms wel 350.000 bezoekers
zo’n tentoonstelling en het was daarom van groot belang dat je hier als
kunstenaar exposeerde.
In 1883 trouwde Waterhouse met de bloemenschilderes Esther Kenworthy
(1857-1944).

Odysseus en de Sirenen, 1891
Prerafaëlieten
Na zijn huwelijk vestigde John William Waterhouse zich in de Primrose
Hill Studios. De grote dramatische doeken met bovennatuurlijke vrouwen
uit de oudheid trokken kopers en bewonderaars. De schilderijen
Consulting the oracle en The lady of Shalott (afb. staan
onderaan dit artikel) werden aangekocht door Sir Henry Tate,
suikermagnaat en grondlegger van The Tate Gallery.
Tegenwoordig wordt Waterhouse vaak een ‘Prerafaëliet’ genoemd. De
prerafaëlieten waren aanhangers van de opvatting dat de schilderkunst
van vóór Rafaël (dus voor 1500) als ideaal moest worden gezien. Tot deze
stroming hoorden – naast Waterhouse – o.a. de Engelse schilders John
Everett Millais en Dante Gabriel Rossetti , en in de jaren 1890
Burne-Jones. De eerste twee richtten de Pre Raphaëlite Brotherhood op,
die de zuiverheid van de vroege Italiaanse kunst opnieuw zochten.
Waterhouse werd niet alleen beďnvloed door de prerafaëlieten, maar hij
was ook een vertegenwoordiger van de nieuwe tijd en was zich volledig
bewust van de spannende artistieke vernieuwingen in Parijs in de tweede
helft van de negentiende eeuw. Hij voelde zich thuis in de betoverende
wereld van mythen en sagen, maar liet zich ook inspireren door poëzie en
muziek en de lossere toon van het Frans impressionisme.
Hij steeg in aanzien toen zijn enorme doek uit 1887 met de Hebreeuwse
martelares Mariamne prijzen won op de wereldtentoonstellingen in
Parijs (1889), Chicago (1893) en Brussel (1897).
De Vrouwe van Shalott was de eerste verkenning door Waterhouse
van het prerafaëlisme. Het toont duidelijk invloed van John Everett
Millais’ verdrinkende Ophelia (1851-1852). Ook Waterhouse heeft Ophelia
geschilderd.

Circe Invidiosa: Circe giet gif in de zee, 1892
De jaren 1890-1917
In 1901 werd Waterhouse lid van de Saint John's Wood Arts Club. Ook
Alma-Tadema en George Clausen waren lid van deze vereniging.
Door zijn rijk gekleurde, geladen afbeeldingen van mooie vrouwen kreeg
Waterhouse veel waardering in het hele Britse Rijk en op de
Wereldtentoonstellingen in de jaren negentig van de negentiende eeuw. De
onderwerpen, die Waterhouse ontleende aan auteurs als Ovidius, Keats,
Boccaccio, Shakespeare, Tennyson, Shelley en Dante, waren loftuitingen
op de hartstochtelijke passie voor vrouwen, water, natuur, liefde en
dood, vaak met duistere ondertonen die duidden op zijn fascinatie voor
de onderwereld. Tot zijn boeiende taferelen behoorden Circe,
Miranda, The lady of Shalott, Cleopatra, Lamia,
Mariamne, Hylas and the Nymphs en The Magic Circle
. Zijn vrouwen lijken uitzonderlijk mooi, en onbereikbaar.

De heilige Cecilia, 1895
Mariana in het zuiden, 1897

Nimfen vinden het hoofd van Orpheus, 1900
Lamia, 1905
De
Vrouwe van Shalott
Waterhouse putte herhaaldelijk inspiratie uit het gedicht van Alfred
Lord Tennyson De Vrouwe van Shalott, dat in 1833 en 1842 werd
gepubliceerd.
Het verhaal gaat als volgt.
De Vrouwe van Shalott zit gevangen op een eiland in de buurt van kasteel
Camelot. Door een vloek moet ze dag en nacht weven. De enige afleiding
die ze heeft is een spiegel waarin ze reflecties ziet van de
buitenwereld. Deze gebruikt ze voor haar wandkleed.
Als ze op een dag een pasgetrouwd stel ziet langskomen, realiseert ze
zich wat haar ontbreekt. Plotseling verschijnt de reflectie van Lancelot
in haar spiegel. Lancelot, de beroemde ridder van koning Arthur. De
jonge vrouw wordt onmiddellijk verliefd op hem en staat op om hem te
volgen. Dit wordt haar fataal, ze stopt nu immers met weven.
Waterhouse heeft drie schilderijen aan dit thema gewijd. In het eerste
schilderij (1888) liet hij zien hoe de vrouw de ketting van de boot
losmaakte om de ridder achterna te gaan. Van de drie (levens)kaarsen op
de voorplecht zijn er al twee gedoofd. De blik in de ogen van de vrouw
doet achtervolgd en gekweld aan. Dit komt mede door haar eigen gedachten
die haar al te lang hebben achtervolgd.
1888
In het schilderij uit 1894 zien we hoe de vrouw zich afwendt van het
weefgetouw om naar Lancelot te kijken. In het schilderij "I am half sick
of shadows said the Lady of Shalott" uit 1916 is de spiegel heel
duidelijk te zien. Het lijkt, oppervlakkig bezien, een raam, maar nadere
beschouwing laat zien dat het weefgetouw er gedeeltelijk in weerspiegeld
wordt.
The Lady of Shalott sterft, het gedicht eindigt aldus:
"Who
is this? And what is here?"
And in the lighted palace near
Died the sound of royal cheer;
And they crossed themselves for fear,
All the Knights at Camelot;
But Lancelot mused a little space
He said, "She has a lovely face;
God in his mercy lend her grace,
The Lady of Shalott."

De vrouwe van shalott, 1812
Langzaam maar zeker raakte Waterhouse in de vergetelheid. Hij stierf in
1917.
Bij een veiling van zijn werk in 1926 bracht het nauwelijks iets op.
Pas sinds 1970 is er sprake van een hernieuwde belangstelling voor de
victoriaanse schilderkunst en de prerafaëlieten. In de afgelopen jaren
zijn er in Nederland tentoonstellingen geweest van o.a. Lawrence
Alma-Tadema, John Everett Millais en John William Waterhouse.
Meer
schilderijen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/John_William_Waterhouse
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
top ----
WASSILY KANDINSKY
Wassily Kandinsky
(Moskou, 4 december 1866 – Neuilly-sur-Seine, 13 december 1944) was een
Russisch-Franse kunstschilder en graficus en wordt beschouwd als de
grondlegger van de abstracte kunst. Kandinsky behoort tot de
belangrijkste kunstenaars van de vorige eeuw.
In 1871 verhuisde het gezin Kandinsky van Odessa naar Moskou. Kandinsky
studeerde rechten en economie en schilderde in zijn vrije tijd. Na
afsluiting van zijn studie reisde hij in 1892 naar Parijs.
Na deze reis was hij aanvankelijk als jurist verbonden aan de
Universiteit van Moskou. Een expositie van Franse impressionisten in
Sint Petersburg bracht hem in aanraking met de moderne schilderkunst van
die tijd.
'Plotseling zag ik voor
het eerst een schilderij (in een galerie in 1896). In de catalogus
ontdekte ik dat het een korenschelf was (een schilderij van Monet). Ik
kon het niet als zodanig herkennen.. .Ik bemerkte dat het schilderij je
niet alleen maar raakte, maar dat het op het bewustzijn een onuitwisbaar
merkteken achterliet, en dat je het op de meest onverwachte momenten nog
voor je zag zweven, compleet met alle details.'
Nadat Kandinsky een
juridische loopbaan in Rusland had afgebroken vertrok hij naar
Duitsland, waar hij zijn opleiding als kunstenaar in München ontving.
München werd in die tijd het centrum van de Duitse Jugendstil. In
de periode 1901-1906 verbond Kandinsky sprookjesachtig aandoende
elementen van de Russische kunst met de decoratieve tweedimensionale
elementen van de Jugendstil, en daarnaast maakte hij
impressionistische schilderijen. Ook maakte hij houtsneden waarin hij
Russische legenden, liederen en sprookjes met figuren in nationale
klederdracht uitbeeldde.
Van 1904-1908 reisde hij veel, o.a. naar Italië, Frankrijk en Nederland.
'Destijds (rond 1906)
probeerde ik door lijnvoering en verdeling van bonte stippen het
muzikale van Rusland uit te drukken. In andere doeken uit die tijd is
het tegenstrijdige en later het excentrieke van Rusland weerspiegeld.'
|

Rijdend Paard, 1905-'07 |

Murnau -
Landschap met spoorweg en kasteel, 1909 |
Van 1909 tot 1914 woonde Kandinsky met Gabriële Münter in Murnau in
Zuid-Duitsland. In deze jaren schilderde hij zijn eerste abstracte
werken. In 1909 stichtte hij de Neue
Künstlervereinigung München, waarbij zich o.a. Paul Klee, Alfred
Kubin en August Macke aansloten. Zijn eerste puur abstracte werk
schilderde Kandinsky in 1910 en hij kan daarom als één van de
grondleggers van de abstracte kunst worden beschouwd. De kunst van
Kandinsky ontwikkelde zich steeds meer in de richting van een pure, van
inhoud losgemaakte kleurenharmonie.
'Over het algemeen is
de kleur dus een middel om directe invloed op de ziel mee uit te
oefenen. De kleur is de toets. Het oog is de hamer. De ziel is de piano
met haar vele snaren. De kunstenaar de hand die doelgericht door deze of
gene toets de menselijke ziel doet vibreren.'(1910)
In 1911 was hij, samen
met Franz Marc, oprichter van de kunstenaarsgroep de Blaue Reiter
en schreef hij zijn boek Über das Geistliche in der Kunst (1912),
een inleiding in de abstracte kunst. Hij deelde zelf zijn schilderwerk
in in drie groepen. De improvisaties ontstonden intuďtief, in de
impressies bleef de realiteit nog herkenbaar en de composities
werden met ontwerpen nauwkeurig voorbereid en goed doordacht.
Van 1910-1914 gebruikt Kandinsky herhaaldelijk het motief paard en
ruiter.

Zonder titel, 1910
'De zon smelt Moskou
aaneen tot een vlek die als een dolle tuba heel het innerlijk doet
vibreren. Roze, lila, gele, witte, blauwe, pistache-groene, vuurrode
huizen, kerken, het razend groene gras... Dit tijdstip te schilderen
leek me het onmogelijkste en hoogste geluk voor een kunstenaar.'
Tussen 1914 en 1921
verbleef hij in Rusland. Vanaf 1922 doceerde hij in Duitsland aan het
Bauhaus, gaf daar o.a. les in muurschilderen en hernieuwde het
contact met Paul Klee (1879-1940). Kandinsky’s schilderijen uit die tijd
tonen grote veranderingen ten opzichte van zijn Blaue Reiterperiode.
Er is sprake van toenemende geometrisering van de vormen (lijnen,
cirkels en driehoeken) en koeler kleurgebruik. Vooral de cirkel begint
een steeds belangrijker plaats in te nemen in zijn werk, vooral in de
jaren 1925-1929.
In 1928 verzorgde de kunstenaar de enscenering en de decors voor de
opvoering in het Dessauer theater ( Bauhaus was inmiddels naar Dessau
verhuisd) van Schilderijen van een tentoonstelling op de muziek
van Modest Moussorgsky.
In 1933 verliet hij Duitsland en vestigde zich in Frankrijk.
Werk van Kandinsky is o.a. te zien in
museum
Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.
Van Wassily Kandinsky bezit het museum in totaal dertien werken,
beginnend met een vroege, sprookjesachtige voorstelling uit 1904 en
eindigend met een doek uit 1935 in de voor die periode zo kenmerkende,
organisch abstracte vormentaal.

Improvisatie "Klamm", 1914
Twee ovalen, 1919

In het blauw, 1925

Gematigde vlucht, 1944
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
top ----
CHARLEY TOOROP
1940
Charley Toorop (Katwijk, 1891 — Bergen (Noord-Holland), 1955) was een
Nederlandse schilderes en lithograaf.
Zij is de dochter van Jan Toorop. Haar zoon Edgar Fernhout werd eveneens
kunstschilder. Haar andere zoon, John Fernhout, werd filmer.
Jeugd
De jeugd van Charley Toorop werd overschaduwd door de crises die het
huwelijk van haar ouders vanaf het begin kenmerkten. Haar vader Jan
Toorop, die in 1858 op Java was geboren uit een Europese vader en een
moeder van Chinees-Brits-Indische afkomst, trouwde in 1886 met de uit
een gegoede Engelse familie geboren Annie Hall. Het overlijden van hun
eerste kind in 1887 bracht een verwijdering teweeg tussen de
echtelieden. De geboorte van hun dochter Charley in 1891 veranderde daar
weinig aan. Na een verblijf in Katwijk, waar het gezin Toorop vanaf 1899
de voor hen door bouwmeester H.P. Berlage gebouwde villa 'De Schuur'
bewoonde, vertrok Annie Toorop in 1902 met haar dochtertje naar
Engeland. Daar werd ze rooms-katholiek. In 1905 bekeerde ook vader Jan
Toorop zich tot dit geloof.
Charley had een muzikale aanleg en leek voorbestemd om een loopbaan als
violiste te volgen. Haar beide ouders stimuleerden haar daarin. De
vioollessen die haar moeder haar tijdens het verblijf in Engeland liet
geven werden in 1903 nog voor korte tijd voortgezet in Parijs, maar
nadat moeder en dochter naar Nederland terugkeerden, en in 1905 opnieuw
bij Jan Toorop introkken, werden deze vioollessen afgebroken en volgde
voor Charley een zangstudie in Amsterdam, waar de Toorops gedurende de
wintermaanden verblijf hielden. Diverse bekende musici musiceerden bij
de Toorops aan huis. Door de vriendenkring van haar vader leerde Charley
ook beeldende kunstenaars kennen.

Titel en jaartal onbekend
Kubisme
Vanaf 1905 verbleef Jan Toorop 's zomers vaak in Domburg om er te
werken. Hij was er het middelpunt van een kunstenaarskolonie en liet
binnen- en buitenlandse kunstenaars in een door hem ingericht
kunstzaaltje exposeren. Zo kwamen contacten met o.a. Piet Mondriaan en
Jacoba van Heemskerck tot stand. In deze omgeving begon ook Charley zich
op het schilderen toe te leggen; in 1911 stelde zij luministisch getinte
werken in de kunstzaal van haar vader ten toon. In dat zelfde jaar werd
het Frans kubisme door de 'Moderne Kunstkring' in Nederland
geďntroduceerd met werken van o.a. G. Braque, Pablo Picasso, A. Derain
en H.Y.G. le Fauconnier; Charley Toorop nam aan deze tentoonstelling in
Amsterdam deel met luministische schilderijen en kwam zo in aanraking
met het kubisme. Deze vormentaal miste haar uitwerking niet op haar werk
en gaf haar impulsen tot een nieuwe wijze van werken, waarbij - meer dan
de formele kwaliteiten van het kubisme - het verlenen van inhoud en
expressie aan haar voorstellingen vooropstond.

Oude vrouw, 1915
Antroposofie
Inmiddels was er een breuk ontstaan met haar ouders toen zij een relatie
aanging met de protestants-christelijke filosofiestudent Henk Fernhout,
met wie Charley in 1912 in het huwelijk trad. Hun eerste kind , de
latere schilder Edgar Fernhout, wordt in Bergen geboren. De mystieke
inslag in het karakter van Charley Toorop - geërfd van haar halfoosterse
vader en gevoed door de theosofische en antroposofische ideeën uit de
Domburgse kring rondom Marie Tak van Poortvliet - kwam tot uiting in de
vroege portretten van haar kinderen Edgar (geb. 1912), John (geb. 1913)
en Annie (geb. 1916), die uitgebeeld werden met een uitstraling van hun
aura. In plaats van een precieze omschrijving van hun uiterlijk te geven
streefde Charley Toorop ernaar uitdrukking te geven aan het wezen van
haar kinderen: de expressie van het niet-zichtbare.
Expressionisme
Het vroege werk van Charley Toorop stond onder invloed van het
expressionisme. Haar grote voorbeelden waren o.a. de schilders van Der
Blaue Reiter, zoals Kandinsky, wiens werk Charley zag op een
tentoonstelling. Charley onderzocht de mogelijkheden van het
expressionisme: zij begon in haar werk vormen te vereenvoudigen en te
experimenteren met kleuren. In deze periode schilderde ze vooral
landschappen, portretten en zelfportretten.
Bergense School
Toen haar huwelijk met Fernhout in 1917 op een mislukking was uitgelopen
vertrok zij, na een kort verblijf in het kunstenaarshuis Meerhuizen te
Amsterdam, naar het Noord-Hollandse Schoorl. Sedert enkele jaren had
zich daar rondom Le Fauconnier een groep schilders gevestigd (de zg.
'Bergense School') met o.a. Leo Gestel, Dirk Filarski, Matthieu en Piet
Wiegman, die een van het kubisme afgeleide expressionistische
schildertrant huldigden met vereenvoudigde vlakken, zware contouren en
donkere kleuren, die zijn weerslag had op het werk van Charley Toorop in
deze jaren
Sociaal realisme
Mede onder invloed van een reis naar de Belgische mijnstreek de Borinage
in 1920, in het voetspoor van Vincent van Gogh, werd haar benadering van
de onderwerpen persoonlijker en kreeg haar kunst een
sociaal-realistische inslag. Daarbij ging zij in toenemende mate
werkelijkheidsgetrouw schilderen, waarbij de verworvenheden van het
kubisme en het expressionisme ondergeschikt gemaakt werden aan een zware
plastische vormgeving en een steeds meer op de werkelijkheid afgestemd
kleurgebruik.
In 1922 betrok zij haar door architect Piet Kramer ontworpen huis 'De
Vlerken' aan de Buerweg te Bergen (Nh), waar zij - met tussenpozen - tot
aan haar dood zou blijven wonen. Vanaf 1924 bracht zij de zomers meestal
door in Westkapelle op Walcheren, waar zij steeds weer uit de
boerenbevolking haar onderwerpen koos, die zij in haar zelf ontwikkelde
expressieve sociaal-realistische manier van schilderen op het doek
bracht: in plaats van een esthetische benadering van de personen die ze
schildert, krijgt de uitbeelding van de realiteit van maatschappelijke
situaties voorrang: zij schilderde typen, geen karikaturen, en gaf
daarmee haar visie op de sociale realiteit.

Titel en jaartal onbekend
Zelfportret 1922
In 1926 trok ze naar Amsterdam, waar haar schilderkunst invloed
onderging van de film. Frontaal geschilderde figuren staan afzonderlijk
naast elkaar, alsof ze door lampen op een filmset zijn uitgelicht. Haar
stillevens vertonen verwantschap met het synthetisch kubisme van Juan
Gris.

compositie met naakt, 1927
Zelfportret, 1928
Anarchisme
Na haar huwelijk met de anarchistisch ingestelde Henk Fernhout was haar
belangstelling voor het anarchisme gewekt, een belangstelling die nog
gevoed werd door het contact met de filmer Joris Ivens, die zij als
mede-initiatiefneemster voor de oprichting van de Film Liga in 1927 in
Amsterdam ontmoette. Haar relatie, vanaf 1928, met Arthur Lehning,
oprichter en hoofdredacteur van het nieuwe avant-garde tijdschrift "i
10" (1927-1929), wees haar de weg naar de meer theoretische
achtergronden van het anarchisme. Overigens had zij al vóór 1930
belangstelling gekregen voor het socialisme; in 1930 nam zij - samen met
o.a. Peter Alma en Gerrit Rietveld - deel aan de tentoonstelling
Socialistische Kunst-Heden in het Stedelijk Museum te Amsterdam.

Stilleven met bloemen en vruchten, 1927
Zelfportret met drie kinderen, 1929
In het stilleven met bloemen zie je de
invloed van de Nieuwe Zakelijkheid. Toorop keerde terug naar het
klassiek-figuratieve schilderen, maar dit schilderij heeft ook
kubistische elementen.
De compositie zelfportret met drie kinderen doet denken aan de
heroďsche beeldtaal uit die tijd, bijvoorbeeld in affiches voor
Russische realistische films.
Realisme
Eind jaren twintig, begin jaren dertig veranderde Charley Toorop´s stijl
van schilderen in een min of meer expressief, realistische stijl,
waarin ze vooral arbeiders, boeren en gewone mensen schilderde. Vanaf de
jaren '30 schilderde ze veel vrouwenfiguren, ook naakten en
zelfportretten in een krachtige, realistische stijl.

Vrouwenfiguren, 1931-'32

Zelfportret 1932-'33
Zelfportret 1934
In
1932 heeft Charley Toorop het interieur van de door haar ontworpen en in
1921 door Piet Kramer gebouwde en ingerichte gebouwde atelierwoning "De
Vlerken" aan de Buerweg 19 in Bergen (Noord-Holland)vervangen door een
Rietveld-interieur. Dit huis was een ontmoetingsplaats voor een
bijzondere kring van kunstenaarsvrienden: Piet Mondriaan, Adriaan
Roland Holst en Gerrit Rietveld maakten er deel van uit.
Crisistijd
De economische crisis die zich met de beurskrach van New York in 1929
aankondigde, had ook in de kunstwereld grote gevolgen. Kunstenaars
konden zich nauwelijks meer bedruipen. Charley Toorop legde zich toe op
beter verkoopbare genres. Ze schildertde vooral stillevens en was
voortdurend op jacht naar portretopdrachten.
In 1933 kwam Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Het
kunstenaarsverzet mobiliseerde zich in protestdemonstraties waaraan ook
Toorop deelnam. In Nederland ontstond belangstelling voor het culturele
erfgoed dat dreigde te verdwijnen... Het Meertensinstituut werd in 1930
opgericht om gebruiken, spreekwoorden en gezegden te onderzoeken en
beschrijven. In de schilderkunst was er hernieuwde belangstelling voor
de “Gouden’ 17de eeuw.

Maaltijd der vrienden, 1932-1933
De geportretteerde mensen representeren maar in
zeer beperkte mate de kunstenaarskringen waarin Toorop zich beweegt. Het
is Toorop er vooral om te doen om een groepsportret te maken in de
traditie van de Hollandse 17de eeuwse schuttersstukken.
Toorop schilderde hier o.a. haar kinderen, Gerrit Rietveld, Pyke Koch
en Adriaan Roland Holst.
In
1932/1933 ontstond de Maaltijd der vrienden , een samengesteld
groepsportret van de vrienden in haar huis, dat door Gerrit Rietveld
gemoderniseerd was. De naderende oorlog en persoonlijke problemen
versomberden haar leven, hetgeen in haar portretten een neerslag vond.
De oorlogstijd met evacuatie uit haar atelier in Bergen, haar
bezorgdheid voor haar voormalige joodse schoondochter, die met John
getrouwd was geweest, haar weigering om lid van de Kultuurkamer te
worden, maakten haar depressief.

Portret Nicoline, Gertruide en Josina de
Wolff Peereboom, 1938

Portret Mevr. L. Rademacher Schorer, l.
1929, r. 1939-'40

Clown, 1940-1941 |
De clown heeft daadwerkelijk geposeerd.
Hij had in het circus in Rotterdam gewerkt. Bij het bombardement
op de stad was hij alles kwijtgeraakt. Hij vluchtte naar Bergen.
Voor Toorop belichaamde hij de absurditeit van de oorlog. Foto’s
die Eva Besnyö van het verwoeste Rotterdam maakte, gebruikte zij
voor de achtergrond.
|

Zelfportret met wintertakken, 1944-'45
Ook
na 1945 zag zij gevaren in de kracht van een groeiend fascisme en in de
macht van de katholieke kerk: meer en meer vatte zij sympathie op voor
het communisme en ten slotte werd zij, in 1947, lid van de
Communistische Partij van Nederland.

De drie generaties, 1941-1951 |
Haar laatste grote
schilderij, de Drie Generaties, werd tussen 1941 en 1951
geschilderd. Zij beeldde daarin drie schilderskarakters uit:
haar vader Jan Toorop - in de vorm van een bronzen kop door John
Rädeker -, haar zoon Edgar en zichzelf. Een doek, waarin ze
waarheidsliefde en symboliek verenigde. |
|
Dit is Toorop’s laatste zelfportret, dat
ze enkele maanden voor haar dood voltooide. Toorop schilderde
zichzelf hier niet en-face, zoals ze gebruikelijk deed.
|

Zelfportret, 1954-1955 |
Charley Toorop schiep een eigenzinnig, zelfbewust en sociaal bewogen
oeuvre.
Ze overleed op 5 november 1955 in haar huis in Bergen met een laatste
doek: 'Rozen in herfst' onafgemaakt op de ezel.
Belangrijk werk van haar is o.a. te zien in het Kröller-Müller Museum te
Otterlo.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
top ----
MATTHIAS
WEISCHER
In 2008 bezochten we de tentoonstelling van
interieurs van Matthias Weischer in het Haags Gemeentemuseum.Matthias
Weischer (1973, Elte, Westfalen) werd eind jaren negentig bekend als een
van de voornaamste representanten van de Neue Leipziger Schule. Weischer
verbleef o.a. tijdelijk in het Villa Massimo te Rome.

Matthias Weischer studeerde van 1995 tot en
met 2003 aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in de Oost-Duitse
stad Leipzig, waar hij onder invloed stond van Neo Rauch en onder andere
David Schnell ontmoet. Spoedig ontstaat een groep gelijkgestemde
kunstenaars die al snel bekend wordt als de Neue Leipziger Schule. De
kunstenaars die tot deze groep gerekend worden vallen vooral op door hun
schilderijen met een theatraal karakter op groot formaat doek.

De schilderijen van Weischer
kenmerken zich door verweerde interieurs die soms doen denken aan
vervlogen tijden. De kamers zijn vaak ingericht als theaterdecors,
waarbij Weischer een variëteit aan objecten op een ongebruikelijke
manier combineert. Dit heeft een vervreemdend effect.
Bij het kijken naar deze schilderijen vallen Weischer's fascinatie voor
kleur, vorm , compositie en structuur op.

Zijn deze kamers ooit echt bewoond geweest? Of
zijn ze ontsproten aan de fantasie van Matthias Weischer? Hij laat zich
voor deze doeken inspireren door illustraties uit cultuurhistorische
boeken of interieurtijdschriften uit de jaren vijftig en zestig.

Lounge 2005, Matthias Weischer
Onder invloed van zijn verblijf in het
Villa Massimo in Rome in 2007 zijn interessante veranderingen waar te
nemen. In de meest recente schilderijen, die van een opmerkelijk kleiner
formaat zijn, beeldt hij veelal schaars ingerichte ruimtes af. Zijn
kleurgebruik doet denken aan oude Italiaanse fresco’s waarbij kleuren
als lichtblauw en roze de boventoon voeren. De schilderijen worden
steeds vrijer, intuďtiever en spontaner opgezet. De grote hoeveelheid
aan objecten is vervangen door een enkele boomstam, een kleed of een
schedel. Niet de foto’s uit tijdschriften vormen het uitgangspunt, maar
een zelfgebouwd toneel dat Weischer in zijn kamer maakte om er steeds
nieuwe composities op uit te proberen. In een paar jaar tijd heeft
Weischer zich op een onvoorziene manier ontwikkeld; de perfect
doordachte schilderijen zijn vervangen door los opgezette doeken, de
complexe grote composities zijn verworden tot kleine poëtische
voorstellingen.

Trousers 2005, Matthias Weischer

Pipe 2007, Matthias Weischer

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
top ----
SCHILDERS, kort
A
- B
- C
- D
- E
- F
- G -
H -
I -
J -
K -
L -
M -
N -
O -
P
- R - S - T - U -
V - W - XYZ
|
A |
|
| |
|
| |
|
|
B |
top |
|
Bacon, Francis
 |
Francis Bacon (Dublin 1909 - Madrid 1992)
is een schilder van portretten, waarbij het gezicht of lichaam
vaak misvormd is.
Bacon kwam na een slechte jeugd in 1927 in Berlijn terecht, wat
op dat moment het centrum van kunst en architectuur was. Hier
volgde Bacon een opleiding tot binnenhuisarchitect. Hij ging
meubels maken in de stijl van Le Corbusier, maar besloot korte
tijd later om schilder te worden. In Parijs zag hij o.a.
tekeningen van Picasso en deze hadden een grote invloed op
Bacon.
De geportretteerden in zijn werk zijn vaak eenzame, wanhopige en
depressieve personen die in een chaotische wereld leven.
|
|
Baertling, Olle |
Olle Baertling (Zweden, Halmstad1911- Stockholm 1981)
is een van de belangrijkste Zweedse constructivisten. Hij maakte
geometrische composities in primaire kleuren, die invloed van
Mondriaan tonen.
|
|
Bakst, Léon-Nikolajewitsj |
Léon Bakst (St.-Petersburg 1866 - Parijs 1924)
is het pseudoniem van Lev Samojlovitsj Rozenberg.
Tussen 1901 en 1910 schilderde Bakst vele portretten. Vanaf 1908
werkte hij voornamelijk als decorontwerper, o.a. voor de in
Parijs gevestigde Les Ballets Russes, die onder leiding van
Diaghilev door Europa trokken. Hij ontwierp decors voor
Cleopatra, Scheherazade en Daphnis en Cloë en werd hiermee een
van de populairste kunstenaars van Europa.
Zijn decorontwerpen hadden een grote invloed op de mode en het
interieurontwerp.
|
|
Balla, Giacomo
 |
Giacomo Balla (Turijn 1871 - Rome 1958)
was een Italiaans schilder en een van de belangrijkste
vertegenwoordigers van het Futurisme.
De beweging speelt een belangrijke rol in zijn werk. Dit brengt
hij tot uitdrukking in zijn schilderijen door achtereenvolgende
fasen van beweging te vangen in elkaar overlappende beelden. Hij
maakt daarbij gebruik van elementen van het sinthetisch
Kubisme.
|
| |
|
| |
|
|
C |
top |
|
Chagall, Marc |
Marc Chagall (Vitebsk 1887 - Saint-Paul-de-Vence
1985)
was een Frans-Russische kunstenaar. Hij maakte boekillustraties,
o.a. voor Gogols Dode Zielen , ontwerpen voor
theaterdecors en kostuums, voor glasramen (kathedraal van Metz),
mozaďeken en wandtapijten (parlement Jeruzalem), beeldhouwwerk
en keramiek. Hij was dus een zeer veelzijdig kunstenaar. Maar in
de eerste plaats was hij schilder.
Herinneringen aan zijn Russische jeugd, zijn (chassidisch)
joodse opvoeding, spelen vanaf het begin een rol in zijn werken.
Een voorbeeld hiervan is Ik en mijn dorp uit 1911, dat nu
in het Museum of Modern Art in New York te zien is. Zijn werk is
te beschrijven als poëtisch-fantastisch.
|
|
Constable, John

Boat-building
near Flatford Mill, 1815 |
John Constable (Suffolk 1776 - Londen 1837)
was schilder en aquarellist. Hij ontwikkelde zich al vroeg als
landschapstekenaar. Het heldere zonlicht bepaalde de tonaliteit
van zijn landschappen.
In zijn latere werken toont hij neiging tot romantische
bewogenheid.
Zijn kunst werd ondermeer in Frankrijk door de
impressionisten gewaardeerd en bestudeerd.
Hij is één van de grondleggers van de moderne
landschapschilderkunst.
|
| |
|
|
D |
top |
|
Dali, Salvador
"Wie wil niet liever door geluk dommer worden dan wijzer door
schade?"

Geopolitical
child |
Salvador Dali y Domenech (Figueras 1904 - 1989),
was een zeer veelzijdig kunstenaar. Hij schilderde niet alleen,
maar was eveneens tekenaar, etser, filmer, fotograaf, ontwerper
van kostuums en decors voor theater, schrijver van o.a. essays.
Zijn vroegste werken tonen al zijn verwantschap met het
impressionisme en kubisme.
Rond 1928 zat hij in een zeer experimentele fase. De doeken
hebben vaak verschillende texturen, gemaakt met verscheidene
verfkunstharsen en een collage van grof zand en grind van
dichtbij gelegen stranden.
Een belangrijke periode in zijn werk wordt gekenmerkt door het
surrealisme (1929-1940).
De surrealisten werden beďnvloed door de ideeën van Sigmund
Freud en Dalí begon zijn eigen angsten en fantasieën te
verkennen en legde deze op doek vast. Ze ontlenen hun effect
aan de knappe techniek, en aan de vervreemding die de combinatie
van objecten en thema’s teweeg brengt. Tot zijn beroemdste
schilderijen behoren Versmeltende Tijd (1931) en
Brandende Giraffe (1935).
In 1941 gaf Dalí zijn surrealistische stijl op voor een meer
universele artistieke verklaring. Zijn interesse ging van
persoonlijke obsessie over op universele thema’s en hij raakte
gefascineerd door religie en moderne wetenschap. Dalí keek terug
om inspiratie te halen uit de klassieke en renaissancistische
kunst. Deze inspiratie deelde hij met Arno Breker, de Duitse
beeldhouwer die hij al vanaf zijn Parijse tijd kende en
bewonderde. Ook keek hij vooruit naar de wetenschappelijke
ontdekkingen van zijn eigen tijd.
Dalí liet zijn oeuvre na aan de Spaanse staat.
Meer info:
http://www.salvador-dali.org/en_index.html
|
|
Daniëls, René

Ziag-Zag Zigzag @ G. Lanting
|
René Daniëls (Eindhoven, 1950)
was tot 1976 student aan de Akademie voor Kunst en Vormgeving
St. Joost in 's-Hertogenbosch.
Daniëls exposeerde voor het eerst te Düsseldorf in 1977. Hij
sloot zich aan bij een traditie waarin de nadruk ligt op de
relatie tussen taal en beeld, zoals bij Marcel Broodthaers.
Begin jaren tachtig deed René Daniëls mee aan tentoonstellingen
als Westkunst in Keulen, Zeitgeist in Berlijn en Documenta 7 in
Kassel. Hiermee werd hij een van de bekendste vertegenwoordigers
van de nieuwe schilderkunstige tendens die rond 1980 doorbrak,
met duidelijk expressionistische trekken. Zijn werk beweegt zich
op de grens tussen figuratie en abstractie en heeft vaak een
ironische inslag, vooral in de werken die naar het kunst’bedrijf’
verwijzen.
Werken van René Daniëls zijn onder meer te zien in het Van
Abbemuseum in Eindhoven, De Pont in Tilburg, het
Bonnefantenmuseum in Maastricht en in enkele buitenlandse
musea, zoals de Tate Gallery in Londen.
|
|
Davie, James Alan |
James Alan Davie (Grangemouth,
Schotland, 1920)
is een schilder, musicus en lithograaf.
Eind 1930 studeerde hij aan het Edinburgh College of Art. Davie
reisde veel en kwam daardoor in aanraking met andere schilders,
zoals Paul Klee, Jackson Pollock and Joan Miró. Maar ook
andere culturen lieten hun sporen na in zijn werk.
Zo tonen sommige werken zijn affiniteit met
Zen. Deze ontstond o.a. na het lezen van ‘Zen in the Art
of Archery’(Zen en de kunst van het boogschieten) van
Eugen Herrigel . Naar aanleiding hiervan probeerde Davie zo
automatisch mogelijk te schilderen, waardoor dingen uit zijn
onderbewuste naar boven komen. Hij was bovendien gefascineerd
door het werk van Carl Jung.
Veel van Davie’s werken zijn ontstaan door boven het schilderij
te staan, terwijl het doek of papier op de grond ligt.
|
|
Disler, Martin

Zonder titel |
Martin Disler (Seeuwen 1949 - Genčve, 27 augustus 1996)
is een Zwitsers schilder, tekenaar en dichter. Hij werd rond
1980 internationaal bekend.
Zijn vroege werk bestaat uit grote aantallen vaak minuscuul
kleine tekeningen, schetsen en krabbels, waarion hij een eigen
vocabulaire van tekens ontwikkelde, vaak vergezeld van
poëtisch-filosofische teksten.
Via grote, zwarte tekeningen, waarin dan ook losse lichaamsdelen
als 'tekens' figureren, kwam hij tot een zeer persoonlijke
schilderstijl die allengs naar een nieuwe vorm van
expressionisme voerde.
|
|
E |
top |
|
Eddy, Don

Dumper section XX,
afm. 122 x 168, 1970 |
Don Eddy (Long Beach, Cal. 1944),
een van de belangrijke vertegenwoordigers van het hyper- of
fotorealisme.
Hij kiest er vaak voor om in te zoomen op een detail. Als tiener
gebruikte Eddy regelmatig de spuitbus om auto’s en surfplanken
te versieren. Later duikt hij in de fotografie. Het werk lijkt
op een combinatie van beide technieken. Vooral auto's en andere
voorwerpen uit de consumptiemaatschappij hebben zijn aandacht.
Hij schildert in een hyperrealistische stijl na van foto’s,
waarbij hij een voorkeur heeft voor chromen auto-onderdelen. Hij
vindt die interessant omdat ze de omgeving reflecteren waarin de
chromen onderdelen zich bevinden.
Werk van hem is te zien op:
http://www.doneddyart.com/
|
|
Ensor, James

Les Masques |
James Ensor (Oostende 1860 - aldaar
1949)
was de zoon van een Britse vader. Hij schilderde eerst
voornamelijk (zelf-)portretten en interieurs in sombere kleuren.
Gaandeweg werd zijn palet helderder, met vaak fraaie, tere
pasteltinten.
In de jaren 1880 -1900 ontstonden de vele maskerschilderijen:
menselijke gezichten, vervormd tot angstaanjagende, bizarre
karikaturale carnavalstronies.
In 1888 schilderde hij zijn hoofdwerk, De intocht van
Christus in Brussel, waarin hij de samenleving in zijn tijd
bespot.
Zijn beste werk ontstond in de periode 1879 en 1893.
In 1929 werd hij baron. Ensor, die ook etser, tekenaar,
schrijver over kunst en toondichter was, heeft invloed
uitgeoefend op surrealisten en expressionisten.
|
|
F |
top |
|
Feininger, Lyonel |
Lyonel Feininger (New York 1871 - aldaar 1956),
Amerikaans schilder en graficus. Hij kwam onder invloed van
Robert Delaunay tot het kubisme. De principes van het kubisme
maakte hij echter ondergeschikt aan zijn behoefte aan
perspectivische vertekeningen om grootsheid of onmetelijkheid te
suggereren.
Zijn kleuren en lijnen zijn meestal zacht en teer.
Van 1919 tot 1933, toen zijn werk 'entartet' verklaard werd,
doceerde hij aan het Bauhaus.
|
|
Fetting, Rainer

Indiaan |
Rainer Fetting (Wilhelmshaven 1949)
Behoorde met zijn schilderijencyclus Van Gogh und Mauer
(1978) tot de koplopers van het schilderkunstig revival, dat
eind jaren 70 het picturale en de figuratie terugbracht in de
kunst.
Fetting wordt gerekend tot de zogenaamde nieuwe wilden. Fetting
werkt in Berlijn en schildert vooral het leven in de stad met de
muur, rock-musici, woest tekeer gaande dansers, auto's met
koplampen, veel naakt, mannen onder de douche, Indianen. Zijn
schilderijen, in felle kleuren, suggereren snelheid, nerveuze
jachtigheid, elementaire gevoelens van angst en bedreiging.
Fetting is niet alleen schilder, hij maakt ook etsen en films.
|
|
Fontana, Lucio |
Lucio Fontana (Rosario di Santa Fé, Argentinië 1899-nabij
Varese 1968)
was een Argentijns-Italiaans schilder, beeldhouwer en kunsttheoreticus.
Hij maakte aanvankelijk polychrome, figuratieve beelden.
Omstreeks 1947 ontwikkelde hij de 'concetti spaziali'
(ruimteconcepties): monochroom beschilderde doeken of papieren
perforeerde hij met sneden of gaten. Hierdoor wilde hij het
platte vlak doorbreken en de compositie met de omringende ruimte
verbinden.
Hij bleef ook beeldhouwer (aardewerk, metaal) en maakte
environments en installaties met neonlicht.
Zijn betekenis voor de ontwikkeling van de moderne kunst is
groot geweest. Met name op groepen als Nul en Zero heeft hij
veel invloed gehad.
Werk van deze pionier van de vernieuwende stromingen, die vooral
in de jaren 60 van de vorige eeuw traditionele vormen,
voorstellingen en opvattingen in de kunst doorbraken,
hangt o.a. in het Folkwang Museum in Essen.
|
|
G |
top |
|
Gentils, Victor |
Victor Gentils (Ilfracombe, Devon 1919 - 1997 Aalst,
België)
Deze zoon van een Franse vader en een Belgische moeder werd in
Engeland geboren en begon als schilder met
expressionistische landschappen. Hierna volgden een
neo-surrealistische en een abstracte periode.
Eind jaren 50 vond hij zijn persoonlijk uitdrukkingsmiddel in
'sculpturen' van afvalmaterialen, geschroeid of gezandstraald,
die hij opnieuw assembleert en ironische titels geeft. Zo
gebruikte hij voor zijn Hommage ŕ Mozart (1962) oude
pianotoetsen.
Eind jaren 70 begon hij opnieuw te schilderen. |
| |
|
|
H |
top |
|
Held, Al |
Al Held (New York 1928 - 2005)
begon als abstract-expressionistisch schilder.
Hij was echter een van de eersten die zich afwendden van het
abstract-expressionisme. Zijn werk daarna, doeken van zeer groot
formaat, beschilderde hij met letters, geometrische of
stereometrische figuren in acrylverf. Dit werk behoort tot de
hard-edge painting.
Dit is een term voor een schilderwijze die gericht is op de
verkenning van kleur en de intensivering van de
kleurenwaarneming. Enkele andere vertegenwoordigers van deze
schilderwijze zijn Kelly, Stella en Noland.
|
|
Henkes, Dolf |
Dolf Henkes (Rotterdam 1903-aldaar 1989)
was een autodidact. Hij werkte in een grote verscheidenheid van
stijlen: expressionistisch, surrealistisch, lyrisch, verhalend.
Hij maakte portretten, landschappen, havengezichten, religieuze
voorstellingen.
Hij maakte ook monumentaal werk: fresco"s (ondermeer in het
Dijkzigtzieknhuis) en ontwierp glas-in-loosramen en hekwerken.
|
|
Hiroshige, Ando

Zicht op Fuji
|
Hiroshige Ando (Edo 1779- aldaar 1858),
Japans prentkunstenaar en schilder.
Hij maakte
ukiyo-e (Japanse
houtsnede-druk) prints
Samen met zijn iets oudere tijdgenoot Hokusai is hij de grootste
meester van de Japanse landschapschilderkunst in de 19de eeuw.
Tot circa 1820 was hij illustrator; daarna ging hij zich
toeleggen op het uitbeelden van het landschap.
Zijn werk is verfijnd van lijnvoering en kleur.
Vincent van Gogh was een groot bewonderaar van Hiroshige en
heeft een aantal kopieën van zijn werk gemaakt.Veel
afbeeldingen zijn te zien via:
http://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Hiroshige_Utagawa?uselang=nl#mw-subcategories
|
| |
|
|
I |
top |
| |
|
|
J |
top |
| |
|
|
K |
top |
| |
|
|
L |
top |
|
Leck, Bart van der
|
Bart van der Leck (Utrecht 1876-Blaricum 1958)
Zijn vroege werk bestond o.a. uit symbolisch getint werk, hij
werd onder andere beďnvloed door de Art nouveau en het
Impressionisme.
Na 1906 stapte hij over op realistische thema's, portretten en
straatscčnes.
Na 1907 schilderde hij, onder invloed van de Egyptische kunst en
de muurschilderingen van Puvis de Chavannes, in sterk
vereenvoudigde vormen en sobere kleuren.
In 1917 en 1918 was hij betrokken bij De Stijl (evenals Piet
Mondriaan en Theo van Doesburg) en maakte hij series abstracte
schilderijen: geometrische vormen in primaire kleuren op een
witte ondergrond. Daarna keerde hij terug tot herkenbare
motieven.
Bart van der Leck ontwierp ook interieurs (o.a. voor mevrouw
Kröller-Müller), glas-in-lood ramen, verpakkingsmateriaal en
textiel. De toepassing van kleur in de architectuur was eveneens
een belangrijk belangstellingsgebied van de kunstenaar.
Het huidige
Kröller-Müller museum beschikt
over een aanzienlijke collectie Van der Lecks.
|
|
Léger, Fernand

La grande Parade, 1953 |
Fernand Léger (Argentan 1881-Gif-sur-Yvette 1955)
In 1900 vertrok hij naar Parijs en enkele jaren later raakte hij
bevriend met Alexandre Archipenko, Amédeo Modigliani en Marc
Chagall. Ook kwam hij in contact met het werk van Cézanne, dat
hem ertoe bracht om meer kubistisch te gaan werken. Hij
was met Picasso en Braque een van de vroege kubisten.
In 1920 ontmoette Léger de architect Le Corbusier, met wie hij
vriendschap sloot. Ook maakte hij kennis met het werk van Piet
Mondriaan en Theo van Doesburg, dat een inspiratiebron voor hem
werd. Léger beeldde in de jaren '20 vooral de wereld van de
techniek uit: tandwielen, drijfweerk, machines, enz., met
menselijke figuren als een soort starre poppen, die iets
mechanisch hebben. In de laatste tien jaren van zijn leven
schilderde Léger grote doeken met 'gewone'mensen, acrobaten,
arbeiders of fietsers, in heldere kleuren en met zware, zwarte
contouren. (zie afbeelding hiernaast, La Grande Parade,
1953-'54, Guggenheim Museum, New York)
Léger ontwierp wandtapijten, maakte ceramiek en polychrome
sculpturen, glasramen (kerk in Audincourt) en decors voor
ballet.
In Biot, bij Antibes en in Lisores (Normandië) zijn Légermusea.
Zie bijv.:
http://www.musee-fernandleger.fr/
|
|
Liebermann, Max

Zelfportret met penseel, 1913 |
Max Liebermann (Berlijn 1847-aldaar 1935)
Max Liebermann was de zoon van een Joodse zakenman. Vanaf 1868
volgde Liebermann onderricht aan de academie van Weimar. In 1873
ging hij naar Parijs en later naar Barbizon. Hij ontmoette onder
andere Munkácsy, Daubigny, Corot, Millet en Manet.
Liebermann is de grootste representant van het Duitse
impressionisme. Hij had contact met Millet en Courbet en met de
schilders van Barbizon.
Zeer belangrijk was zijn kennismaking (1875) met Nederland, waar
hij in de periode 1874 tot 1914 herhaaldelijk vertoefde. Niet
alleen het licht en het landschap hier interesseerde hem; hij
bestudeerde ook het werk van Frans Hals en bewonderde de Haagse
School. Hij schilderde soms samen met Isaac Israëls en werkte
vooral in Laren, Scheveningen en Noordwijk.
Hij schilderde o.a. duinlandschappen en Amsterdamse scčnes,
zoals een weeshuis of een armenhuis.
In 1899 was het Max Liebermann die de 'Berlijnse Sezession' in
het leven riep. Van 1899 tot 1911 was hij voorzitter van de
Berliner Sezession. ‘Sezession wil zeggen, dat men zich losmaakt
van de gevestigde orde, of de ‘oude’ kunst.
Uit deze Sezession ontstond, in 1910, ‘Die Neue Sezession’ met
de kunstenaars van Die Brücke en ‘Die freie Sezession, in
1914, onder impuls van o.a. Max Beckmann. |
| |
|
|
M |
top |
Marc, Franz
aan zijn vriend Macke: "Blauw is het
mannelijke principe, stug en geestelijk. Geel
het vrouwelijke principe, zacht, vrolijk en
zinnelijk. Rood is de materie, brutaal en zwaar
en de kleur die door de andere twee steeds moet
worden bestreden en overwonnen!.. ..Ondanks alle
spectraalanalyses raak ik het schildersgeloof
niet kwijt dat geel (de vrouw) dichter bij de
aarde staat dan blauw, het mannelijke principe."
(1910)

Der Traum, 1912
|
Franz Marc (München 1880 - Verdun 1916),
Duits schilder en graficus.
Hij leerde in 1910 Macke en Kandinsky kennen en behoorde tot de
oprichters van de 'Blaue Reiter'(1911).
Met zijn werk en zijn ideeën heeft Marc een zeer eigen bijdrage
geleverd aan de ontwikkeling van een nieuwe kunst.
In zijn werk zijn invloeden van het kubisme en van het
kleurrijke orfisme van Delauny merkbaar.
Zijn thema's zijn vooral de natuur en de dieren (reeën), die hij
in abstraherende vormen en ten dele sterk van de natuur
afwijkende kleuren weergaf, maar met grote gevoeligheid
typeerde.
In zijn laatste jaren hield hij zich in toenemende mate bezig
met vormproblemen en met de abstractie, zoals ook uit zijn
brieven en notities blijkt.
Zijn oeuvre werd ontijdig afgebroken door zijn dood op het
slagveld.
In Kochel is een Marc-museum, zie
http://www.franz-marc-museum.de/
Het Lenbachhaus in München heeft een fraaie collectie van zijn
werk, zie
http://www.lenbachhaus.de/cms/
Voor kunst van Marc en andere moderne schilders is Museum
Folkwang in Essen aan te bevelen, zie
http://www.museum-folkwang.de/ |
| |
|
|
N |
top |
| |
|
|
O |
top |
| |
|
|
P |
top |
|
Permeke, Constant
 |
Constant Permeke (Antwerpen 1886 - Ostende 1952),
Belgisch schilder en beeldhouwer.
Hij was een der belangrijkste Vlaamse expressionisten. Hij
vestigde zich in 1906 in St.-Martens-Latem en behoorde tot de
Tweede Latemse School. Deze kunstenaarskolonie was de
grondlegger van het Vlaams expressionisme.
Permeke schilderde landschappen en het boeren- en vissersleven
in zware aardkleuren en een hoekig-markante, zeer eigen
vormgeving. Ook schilderde hij naakten en interieurs.
In 1936 begon hij te beeldhouden, onder invloed van G. Minne.
In Jabbeke is een Permeke-museum. |
| |
|
Meer favoriete en
interessante schilders of aanvullende informatie?
Stuur uw bericht, liefst met foto, naar:
cedars@live.nl, o.v.v. 'schilders'. |
top |
vorige
|